Geen reacties

D-day: De dooi is begonnen!

Het was alweer lang geleden dat het vroor in combinatie met felle Oostenwind. En de klachten van de arkenbewoners zijn dan ook niet van de lucht. In mijn omgeving waren warmtelinten wel aangeschaft, maar vaak niet aangesloten. Bij anderen liggen de waterleidingen bevroren in de kastjes, lopen afvoeren niet meer door en spuit het waterslot in de gootsteen opeens als een fontein … 

Blijf nu aan boord

Zet je schaatsen maar weer in het vet en haal de dweilen en mop tevoorschijn. Voor de zekerheid natuurlijk, al zal het voor veel waterbewoners helaas nodig blijken. Immers, dit is het moment dat de bevriezingen ontdooien en dat je achterstallig onderhoud of vergeten handelingen gaat ontdekken: volg het spoor van de lekkages!

Eigenaren van varende woonschepen lopen relatief grotere risico’s; er kunnen meer elementen kapot. Van koelwatersystemen tot scheurende afsluiters. De betonnen casco’s van woonarken zijn relatief goed bestand tegen de druk van het ijs en worden meestal door ijsgang omhoog gedrukt. Controleer wel even of er water in de bak staat. Soms is de stuifsneeuw in kieren gewaaid en het smeltwater zoekt nu het laagste punt. Controleer ook even punten op de wal, zoals de waterput of steigerdelen die het net niet gered hebben. Hou ook eventuele bijbootjes in de gaten. Zodra de waterwegen vrijgegeven worden voor de (grote) vaart, banen ze zich met geweld een route door het ijs. En ijsschotsen kunnen rare fratsen uithalen met hun scherpe punten.

Daarom is nu de tijd aangebroken om aan boord te blijven of – op zijn minst – een oogje in het zeil te laten houden. Ieder jaar zinken er weer boten en arken na een strenge vorst.  Zorg dat het jou niet overkomt..

Geen reacties

Dan gaan we toch ergens anders liggen?

De romantiek van wonen op het water wordt weleens overgewaardeerd. Veel walbewoners denken dat je je woonark gewoon kunt verplaatsen naar een andere locatie zodra je uitgekeken bent op je woonplek. 

Wat zou het mooi zijn als wonen op het water ook flexibel zou zijn. Ooit was dat zo; na de 2e Wereldoorlog, tijdens de woningnood. Mensen verbouwden een oude schuit en gooiden de trossen van de sleepboot los bij een op het oog mooie ligplaats. Dit was nog eens zelfstandig wonen; ‘off-grid’ zouden we het nu noemen. Voorzieningen waren er niet. Geen water, geen elektra, geen telefoon en ook geen tuin. Voor het gebruik van de oever kwam je een regeling overeen met de eigenaar van de grond. Meestal betaalde je een kleine jaarlijkse vergoeding aan de lokale boer voor het ‘recht van overpad’. In een ander geval stortte je een (huur)bijdrage aan de gemeente of hoogheemraadschap en in een enkel geval kon je een perceel grond kopen. Zodra je er langere tijd was aangemeerd werd je gedoogd en daarna viel je soms onder de ‘woonwagenwet’, met regels voor het houden van maximum aantallen paarden, ezels, geiten en kippen.

We zijn inmiddels een fors aantal decennia verder. Van een vrijbuitersbestaan zijn we als waterbewoners terechtgekomen in een strak keurslijf van regels, vergunningen en ontheffingen. Vrijwel alle scharken, woonarken, woonboten en watervilla’s hebben nu een officiële ligplaats binnen een bestemmingsplan. Naast alle rechten en voorzieningen hielden de verplichtingen gelijke tred; ze zijn gekomen op het gebied van ‘welstand’: afmetingen, materiaalkeuze, nutsvoorzieningen, lozingsbesluiten enzovoort. Van ‘gedoogplaatsen’ is geen sprake meer; er wordt intensief gecontroleerd en gestraft en voor ligplaatsvergunningen worden hoge sommen betaald. Er komen vrijwel geen nieuwe ligplaatsen meer bij, met uitzondering van sterk beperkte plekken in nieuwbouwwijken en jachthavens. Voor de ‘vrije woner’ is geen plaats meer in ons gereguleerde land.

De varende schepen kunnen nog weleens kíezen voor het ruime sop. Als varend woonschip kun je immers nog naar behoefte de trossen losgooien, alle walvoorzieningen loskoppelen en als zelfstandige woonunit functioneren, dankzij water- en dieseltanks en generatoren. In de praktijk liggen varende schepen vaak ingesloten tussen vaste bruggen en andere obstakels. Voor een stukje varen komt het dan aan op een stevige planning. Woonschepen met stalen casco’s zijn gedwongen om met enige regelmatig hun onderwaterschip op de werf te laten inspecteren en zo nodig te herstellen. Vele schepen varen nog op eigen kracht, steeds meer kunnen uitsluitend met sleepboten de rivieren bedwingen. Het is er tijdens zo’n tocht niet meer bij om spontaan – bij het zien van een mooie boom in een bocht bijvoorbeeld – een ligplaats in te nemen, voor korte of langere periode.

Afscheid van een tijdperk.